txt 17

annick xx 037
Annick Van Deynze

PIÈCE ANNICK

Verhalen in het Noorden begonnen altijd al met kerven,
met runen uit het juiste hout gesneden, met geur van vers
gevelde bomen, met eeuwenoude bossen waarin wij allen
ooit verdwalen. Geboekstaafd krijgen wij de namen waarmee
we moeten leren leven: tijger, krijger, zwijger …

Voor je mij benoemt, moet je weten wie ik ben. Een boeienkoningin
de handen op de rug gebonden. Een slang die telkens weer vervelt.
Het jonger zusje van Peer Gynt met zeker duizend rokken, niemand
kleedt mij ooit volledig uit. Ik ben een artisjokkeneetster, blad na blad
heb ik gedegusteerd tot enkel nog het hartvlees bleef.

Dit zijn de dingen waar ik goed in ben: het enteren van ogen,
het boeten van gekwetste harten,  het rijden zonder teugels
op paarden met een zwart gebit, het verloren lopen in ander-
mans verhalen, het vullen van putten met spijt, en ondanks
alles het vruchteloos opnieuw beginnen.

Aanbid me niet, bewonder het pigment dat mij verbeeldt, schrik niet
als je hand het canvas raakt, tast toe, geen bonzend hart dat wacht,
geen longen vullen zich met lucht, geen lippen tuiten zich tot kus.
Lees mij als een loos alarm want zwart was nooit een kleur.
Roder rood zal niemand ooit je schenken.

Advertenties