Txt 11

 

 

DE TUIN VAN THOEN

Geen drempel is te hoog
Voor dat het lente wordt
Verzetten we de bakens
En stellen paal en perk
Een buffer tegen dat
De kapers op de kust

Verstop je tuintje niet
De aarde warmt er
Gemakkelijker op

We woelen alles om
En spannen dan ons touwtje
Let wel we zaaien enkel
Resistente rassen
Vroeg reuzenblad wit dunsel

Zoek nu je schoffel nog

 

 

 

 

GODBEDOELD

geld lag godbedoeld op tafel
vader lag zijn rug gestrekt in
strak korset beton te wezen
wat hij in wezen was, moeder

zweeg in alle talen die ze
kende, kauwde op haar bitter-
houtje toen ze met gepaste
spanning afwezig werd geflitst

een Groene Leeuw stond voor mij klaar
ik werd geen wereldkampioen dat jaar

 

 

 

 

 

HEMD

de heer bij wie ze harp leert spelen
weet ze draagt altijd mooie hemden
ze weet alleen niet waar vandaan
je vraagt geen heer de kleren van zijn lijf

mijn lief heeft mij een hemd gekocht
een groen met donkere strepen
zo een hemd zie ik nooit hangen
zelfs afgeprijsd pas mooi als ik het draag

ze is heel blij als ze me ziet
dat groen met streep maakt slank
zo passen we precies in dit gedicht
zij en ik wat vroeger niet wou lukken

waardoor ze heel verdrietig was
nu nog enkel boos zegt zij

 

 

 

 

 

KERMIS

een goed begin is suikerspin
mijn tandjes zitten lekker vast
een web een wolk gesponnen zoet
ik hoef vanavond niet te flossen
een puntzak smoutebollen dan
zeven als in sprookjes je weet
niet wat je eet heet heet heet
mijn vingers poeiergloeien
hoeveel eendjes mag ik vissen
elf zegt de meneer ik krijg van
hem een tetterrettet-trompet
ik laat een oud mevrouwtje schrikken
één ritje op de molen mag
ik kan de kwast niet vatten
tot slot iets heel gevaarlijks nog
met moesje in de rups daar
gaan we dan van op en neer en
heen en weer nu zonder licht
de rups klapt dicht …
… ik wil eruit.

 

 

 

 

 

KLEUR BEKENNEN

Kleuren kan ze onderscheiden
Ze weet wat rood is en wat zwart
Ze weet wat veel is meer en meest
Nu moet ze enkel nog verliezen leren

 

 

 

 

 

LES TROIS SUISSES

wij zijn de breisters van de stad
wij breien sjaals voor traliewerk
jasjes voor de bomen, rechters-
pruiken voor bewakingscamera’s,
konijnenjasjes voor de paaltjes
van de goedbedoelde veiligheid

de openbare ruimte is van iedereen

wij zijn de zachte rebellie van
zelfgehaakte bivakmutsen

 

 

 

 

 

 

 

SUPRA

 

SERENDIPITEIT

Je vindt er veel je vindt er
alles staat er blauw op geel

Acryl Hart Indoor Anubisglas
Bruinkoolbriketten Combinatietang
Dubbel meubelwiel Durex pleasurepack
Elleboog galvanisé Glas met rubberrand
Haakse plug vrouw Hamsterbed
Handboom met bol en beitel geel
Handdoekhouder te bevestigen kit
Herstelgazon Horgordijn Kogelkop
Kruidenhooi met paardebloem
Latex kip in bikini Merkkrijt
Mestgreep Mollenklem
Ontharingscrème voor droge huid
Ovenwant Paumelles afgerond rechts rood
Plooistoel panterstof Poliertruweel
Poortgreep zwart met open haak
Projectieklok Reflector rood
Rio Slabestek Scharnier solide deur
Slangpilaar Slotspray Soldeerbobijn
Spachtelset Spijkerdrijver
Tegelkruisjes Tol gekend model
Verliesstroomschakelaar
Vervangkop mop

Op het einde van de raid in dit serail
toon ik mijn Mastercard alleen aan haar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VERDWIJNTRUC

Naar ’t schijnt verdwijnt het allemaal

De zwijmelgeest het bedsermoen

Een zuurmuil die niet ritsig wordt

Als eerder ook de leesplankaap

Van tevens wijlen Teun en Gijs

We worden weer verwend dit jaar

Nu vorst het graven moeilijk maakt

Verdwijnt bij mij een zwarte kat

Dan toch geen zeven levens had

Een gans die drie maal negen werd

Al lang op mij gebeten was

Het vergt Kadaverdiziplin

Het wachten tot het dooien wil

Ik kan het hard doen waaien hier

Tot alle woorden scheef gaan staan

(de bomen langs de Damse vaart)

Tot elk verdwijngordijn beweegt

Blijft toch nog steeds de zekerheid

Dat wat ik meld als vast vermist

Het zwarte gat van dit gedicht

bewaart

 

 

 

 

Bas en Myrte 004

 

VLEUGELS

ze had zo graag een steen gehad met strak gegrifte letters
een steen als stut zo krijg je nooit de hemel op je kop
een steen als steun eronder liggen went

vooral wou ze niet branden was bang van koude handen
nadat het smeulen was gedoofd ze had zo graag
een steen gehad en ook nog wat gezangen

zelf knip ik van dode vogels vleugels af bewaar ze
in een houten kist er komt een nacht dat ik
op eigen kracht de hemel nog bereik

 

 

 

 

KARELTJE

er zijn zo van die dagen
dat je in ruimte en in tijd
gemakkelijk verdwaalt
gezeten op een ezeltje
dat je diepzinnig draagt
geen palmen of gezangen
en niemand die je vraagt
een boetekleed te dragen
je wuift bewogen naar jezelf
en onbewust wuif je terug
zo kom je toch jezelf nog tegen

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s