H. H. ter Balkt

HHterBalkt

HET BIETENVELD

Spreek mij niet van het bietenveld, stedeling.
Nog eens over dat bietenveld gaan, de lap jute
aan de knieën genageld tegen het zand van oktober,
zo klein als de zon, in zachtjes spattende regen
met het mes (zijn koud geworden heft) het loof
in een kwade beweging van de bieten scheiden:
kleiner wordt het veld en zwarter de aarde …
achter je en in het rond rijzen stapels op
van de voederbieten, grillige alruinmannen;
en allengs op het bietenveld in akker, loof
en groen verkerend, kruip dan verder en verstijf,
blauw van schemer, natte korrel van moeder aarde.

——————–

AARDAPPELEN

Platvloerser en toch blijmoediger plant
leeft er bijna niet in dit sombere land.
De aardappel is zo Hollands: hij danst dom
de aardappelmand in en veel later de mond.
Het bruin van oude veelgebruikte balzakken
en van wel zeer versleten bruiden paart hij
aan varkensachtige rondheid, Grootmogoldom
en de gezichtsuitdrukking van rollende munt.
Op de balzaal van gods akker wiegelt hij blij
en zijn spaarbank heeft hij onder de grond.

———————

DE MOLLEN

Bij zijn opgedroogde zwarte Styx graaft Charon
de veerman, zijn roeispanen klauwen geworden,
wachter van de ivoren poorten en oogschaduw;
aarde geworden zwijgen de vliegende mythen
onder de zilveren gesp van De Dolfijn en Zwaan
bij de onderaardse Styx, de boot van gebeente.

Zachtzinnige ondermijners in hun bontjassen
van Russische adel uit de tijden van De Mantel
rusten de mollen geworden Charons in hun gangen
nachtzwart uitgestrekt in ondergrondse burchten,
seinend naar t landvolk met signalen van aarde,
‘Land in zicht’ mompelend tussen hun tanden.

——————–

IKOON VAN DE NACHTSCHADE

Op de nachtschade rust weinig zegen.
Aan de aardappel verwant leunt zij
Tegen de korzelige borst van de akker
Hoort de trom van vuur in de diepte;

‘Voorbijgangers!’ gillen haar bessen en loof,
‘Ik draag een zoet evangelie: je einde, kom
En proef mij! De akker zal je schoot zijn!
Ik sla als de kondor mijn klauw in je bloed.’

Antieke gifmengers hadden haar lief,
Als wij haar Amerikaanse oompje, de tabak
En haar kornuiten de tomaat & Spaanse peper.
Ook mesthopen kroont zij graag: herinnert

Zich dan schotels in paleizen geserveerd
Met een snuifje bilzenkruid of zwarte
Nachtschade: o goede tijden … Diep, ver
in de herfst kondigt haar rokend loof

Winter aan, aardappel- en boerentabaktijd,
Als herinnering aan de zomer omhoogkrult
Langs de boeketten van de lampionplant en
Vuur in zwarte kachels als de Incagod gromt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s