Noodzakelijk kwaad

Pankaj Mishra

De moderne tijd heeft altijd al gedraaid om de individuele expressie, autonomie, de individuele ervaring. Dit is wat je de terroristen ook ziet doen. De man die in een nachtclub in Florida talloze slachtoffers maakte, was zichzelf aan het googelen terwijl hij het deed. Hij wilde weten wat er online over hem werd gezegd. In Irak en Syrië onthoofden terroristen mensen en filmen ze dat stijlvol en posten ze het online. Het is dandyisme, het is exhibitionisme, het is de kijk-mij-eens-attitude die hoort bij de manier waarop we leren onszelf in de markt te zetten.

Als je vanuit de lange blik van de geschiedenis naar individualisme kijkt dan zie je dat dat altijd ergens was ingebed, in de sociale controle van een buurt, of een kerk, of een gilde, en vanf de negentiende eeuw in de natiestaat. Je kon als burger streven naar individualiteit maar tegelijkertijd deed je dat binnen de context van iets groters. Dat had iets veiligs. De afgelopen vijftig jaar zijn alle instituten die voor de inbedding zorgden, één voor één verdwenen. De vakbonden en kerken lopen leeg, de staat is gepasseerd door multinationals en internationale samenwerkingen.

Uit een interview met Pankaj Mishra, (DS Weekblad 11 maart 2017, oorspronkelijk in “De Groene Amsterdammer”)

Advertenties

Age of Anger

Pankaj Mishra2

Hannah Arendt had het ooit over ‘negatieve solidariteit’. Door nieuwe communicatietechnieken en toenemende globalisering worden over de hele wereld mensen bij elkaar gebracht die daar zelf niet om gevraagd hebben. Als iemand in China een fabriek begint, kan dat ons in België onze baan kosten. In zo’n systeem gaan mensen over de hele wereld argwanend naar elkaar kijken. Dat voedt de angst voor de ander.

De Franse antropoloog Claude Lévi-Strauss gaf in 1971 een zeer controversiële speech bij UNESCO. Hij zei dat hij racisme zag terugkeren omdat steeds meer mensen met elkaar verbonden werden via handel en communicatie, terwijl de mens een zekere mate van afstand nodig heeft om zijn racistische impulsen te kunnen controleren.

Breedbandinternet heeft de mens alleen maar dichter bij elkaar gebracht. ‘Every nation has become the neighbour of every other country.‘ (Arendt) Daar komt bij dat angst en woede besmettelijke emoties zijn. Ze slaan om zich heen als wild vuur.

Uit een interview met Pankaj Mishra, (DS Weekblad 11 maart 2017, oorspronkelijk in “De Groene Amsterdammer”)

Poëzie volgens Kopland

rutger_kopland_still_filmportret_hans_sprakel

Poëzie beschrijft geen gebeurtenissen, bewegingen, veranderingen, zij beschrijft wat niet verandert, beweegt, gebeurt, d.w.z. het scenario. Zij portretteert geen ‘werkelijkheid’, zij laat zien dat er geen ‘werkelijkheid’ is, dat er alleen maar gezichtspunten zijn. Het zou een misverstand zijn te denken dat poëzie daarom individualistisch en subjectief zou zijn.

Dat is een conclusie die berust op de onuitgesproken veronderstelling dat de werkelijkheid buiten ons om objectief is, een onjuiste veronderstelling. Objectiviteit is een begrip dat uitsluitend op mensen van toepassing is. We kennen de werkelijkheid alleen via onze gezichtspunten en hoe meer wij onze gezichtspunten met anderen kunnen delen, hoe objectiever wij ons ten opzichte van de werkelijkheid kunnen opstellen.

Poëzie is een objectiverende beschrijving van de werkelijkheid. Zij beschrijft geen toevallige, éénmalige gebeurtenissen, maar verschaft gezichtspunten van waaruit gebeurtenissen worden bekeken. Zij is dus niet individueel, maar algemeen, niet subjectief, maar objectief. De conclusie dat poëzie daarom dor, onpersoonlijk, ‘gewoon’ zou zijn, berust eveneens op een misvatting.

Helaas worden veel gedichten vanuit dit misverstand gemaakt. Het is in die poëzie helaas gewoon, dat de dichter zijn eigen visie niet voor een persoonlijke, maar voor de enig mogelijke verslijt. Poëzie die van deze laatste veronderstelling uitgaat is met recht dor, onpersoonlijk en zeer vervelend.

Rutger Kopland, Raster #15, 1980

God, Allah en Boeddha

wp_s_allah-metallic_1280x800

Het Westen heeft de dood van God nooit helemaal verteerd. Vlamingen zijn massaal op zoek naar zingeving. Religies zijn schrandere uitvindingen, niet zozeer omdat ze iets onzichtbaars de hemel in prijzen – het personage van God in den hoge blijft een slechte romantruc, een deus ex machina. Maar omdat contemplatie en introspectie grote rust kunnen geven, zoals elke mindfulness-meneer u kan vertellen. En omdat ze met de transcendente bovenbouw het lijden, de frustraties en de pijn helpen te relativeren. Vanuit het perspectief van de sterren lijken gedeukte egootjes al gauw idioot. God, Allah en Boeddha krijgen dan de allures van een metafysisch medicijn. Een snuifje zelfbedrog, met mate te gebruiken, dat in sommige gevallen een leven kan redden, in plaats van het met kalasjnikovs te vernietigen.

Bert Bultinck, DS 24 januari 2015