Meldingsplicht 2018

BEUKENHOF 2017 025 Isabelle Stienon

Meld mij als de zon niet ondergaat, als de maan verdwaalt,
als de vorst de bloesem schroeit, als je liefste je verlaat.
Meld mij als je smelt, meld mij als je hart weerbarstig knarst,
als je wordt begeerd, iemand in het duister naar je tast.
Meld mij als je wordt verkocht, meld mij als je wordt gewist,
als je boetekleed verkleurt, als men zich van naam vergist.
Meld mij als je bent gestrand in een ver vijandig land,
als heimwee je verteert, als alle schepen zijn verbrand.
Meld mij als je zwicht, als je niet meer in de bomen klimt,
als men deuren dicht in je gezicht, als je toekomst krimpt.

Omdat alles lichter wordt als de dichter het bericht.

Advertenties

Tot volgend jaar dan maar

pop met vlechtjes

O, kom er eens kijken
wat ik in mijn schoentje vind
alles gekregen
van die beste Sint!
Een pop met vlechtjes in het haar
een snoezig jurkje kant en klaar
drie kaatseballen in een net
een letter van banket.

O, kom er eens kijken
wat ik in mijn schoentje vind
alles gekregen
van die beste Sint!
Een bromtol met een zweep erbij
een doos met blokken, ook voor mij
en schaatsen en een nieuwe pet
een letter van banket.

O, kom er eens kijken
wat ik in mijn schoentje vind
alles gekregen
van die beste Sint!

Katharina Leopold

HANDLE WITH CARE

Man in zijn doos 001
Patricia Broothaers

HANDLE WITH CARE THIS SIDE UP

Ik woon al jaren in een doos
Met veel te weinig ruimte
Mijn armen en mijn benen
Steken langs alle kanten uit

Alleen gepantserd met karton
Vrees ik vooral de regen
De rest kan mij niet deren
Het is de binnenkant die telt

Als voltijdse doosbewoner
Kom ik nauwelijks in beeld
Wat niemand lijkt te weten
Mijn doos zit altijd in de weg

Ik zou zo graag zo af en toe
Het hoofd en hart ten goede
Mijn doos willen verlaten
Alleen ik weet precies niet hoe

Ik blijf aan deze doos verknocht
Kleppen open kleppen dicht
Nu eens donker dan weer licht
Altijd veilig opgeborgen

Pièce Annick

annick xx 037
Annick Van Deynze

PIÈCE ANNICK

Verhalen in het Noorden begonnen altijd al met kerven,
met runen uit het juiste hout gesneden, met geur van vers
gevelde bomen, met eeuwenoude bossen waarin wij allen
ooit verdwalen. Geboekstaafd krijgen wij de namen waarmee
we moeten leren leven: tijger, krijger, zwijger …

Voor je mij benoemt, moet je weten wie ik ben. Een boeienkoningin
de handen op de rug gebonden. Een slang die telkens weer vervelt.
Het jonger zusje van Peer Gynt met zeker duizend rokken, niemand
kleedt mij ooit volledig uit. Ik ben een artisjokkeneetster, blad na blad
heb ik gedegusteerd tot enkel nog het hartvlees bleef.

Dit zijn de dingen waar ik goed in ben: het enteren van ogen,
het boeten van gekwetste harten,  het rijden zonder teugels
op paarden met een zwart gebit, het verloren lopen in ander-
mans verhalen, het vullen van putten met spijt, en ondanks
alles het vruchteloos opnieuw beginnen.

Aanbid me niet, bewonder het pigment dat mij verbeeldt, schrik niet
als je hand het canvas raakt, tast toe, geen bonzend hart dat wacht,
geen longen vullen zich met lucht, geen lippen tuiten zich tot kus.
Lees mij als een loos alarm want zwart was nooit een kleur.
Roder rood zal niemand ooit je schenken.

 

Meander november 2017