Woensdagochtend

(‘door moslimmeisje fijn gebaad’)

Hoe heet dat meisje ook weer dat mijn dromende oog
op mooie haren trakteert – ik denk zwarte?

ze brengt me wekelijks naar een plek
waar mijn brillenglazen beslaan en mijn vingertoppen verweken
zodat ik me bijna bezeer aan de wolk waarvan ze gemaakt lijkt

want ik mag haar vasthouden nu ze me bijna
de zachtste der doden laat sterven
ik voel haar spieren met hun dubbele taak van dragen en afweren
die maakt haar voor het doden totaal ongeschikt

haar ogen staan strak op het inzepen gericht
en op het vermijden van plekken die ze liever in slaap laat
haar gezicht is een maan in de nacht van haar sluier

ik weet ze heeft een leger van zusters
daarover krijg ik haar niet aan de praat
ze kan zwanger raken van bommen
en een dood baren groter dan dit

ze negeert mijn gevraag en neemt mijn gebit
hoe eigenaardig zoals ze mijn spraak reinigt
en mijn horen en zien

zoals haar haar glanst onder haar sluier
zo zeg ik niets meer en ik proef ineens hoe zij heet

Paul Meeuws, Poëziekrant september 2011

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s