Plankendael

Ze zijn er allemaal die ’s nachts het land bewolken,
maar vager dan, ze wachten spijlenver verwijderd
in hun vachten bijna buiten handbereik,
klauwen en gebit op scherp gezet.

Ze lachen schamper niet te vangen voor één gat,
hun tralievast verlangen naar de overkant
slijt kuilen uit waarin ze zich verdiepen,
bij avondlicht is iedereen gevlekt.

En verder zijn er horendragers schaamteloos
met lange tanden verkennen zij de kruinen,
liplezen hoorbaar de blaren van de bomen,
draven schoftbreed hun horizon voorbij.

Een kind met witte wangen sluipt verder van me weg,
zo veel kan haar doen schrikken: lussen, strikken,
kussen, blikken, een beetje vallen mag een vang-
net wacht, ik moet haar dringend binnenhalen.

Ze wappert tegendraads, een veel te kleine vlag,
we moeten hoogte krijgen van elkaar voordat
de mist haar wist.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s