Poëzie is een open graf

De poëzie is een open graf, een oude bruinkoolmijn, een natuurlijk asfaltmeer. In haar groeven en bodemlagen vindt de compostering der connotaties plaats. De taal sterft er in zijn betekenissen weg en kan er uit zijn eigen restanten opstaan, tegelijk piepjong en millennia oud. Poëzie speelt met de jeugd en het ouderdom van het woord, om ons te herinneren aan wat komen gaat en ons voor te bereiden op wat geweest is. Ze is geen graat in de keel of een kerf in een elandbot, alleen maar schrift of tekst. Ze is levende en stervende taal, verbijstering en extase, een monsterlijk veelstemmige windhoos. Ze is de galm van naamloze adem, ons collectieve strottenhoofd, het schuren van lucht door longblaas en slijmvlies, metabolisme van klank en betekenis, immer precair en met een zucht van vergeefsheid in de twijfelachtige zeggingskracht van haar woordenschatten. Ze is ook de grammofoonplaat van onze voorouders, die allang tot stof vergaan zijn, maar aan wier eindeloos rondjes draaiende lettergrepen homeopathische restfracties van hun bestaan vastkleven, waarvan we ons nooit helemaal zullen ontdoen.

Erwin Mortier, Een gedicht zonder poten is doof 2007

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s